De triomf van de nabijheid

Waarom lokale partijen de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 wonnen – en waarom het vertrouwen in Den Haag blijft dalen.

De gemeenteraadsverkiezingen van woensdag 18 maart 2026 zijn afgerond, en de uitslag is duidelijk: lokale partijen winnen groot.
In bijna alle gemeenten zijn zij de grootste geworden of hebben zij hun positie fors versterkt.
Dat is geen toeval en ook geen tijdelijke oprisping. Het is een correctie op een landelijke politiek die haar geloofwaardigheid steeds verder verspeelt.

Lokale partijen: dichterbij en controleerbaarder

De voor de hand liggende verklaring is organisatorisch: lokale partijen staan dichter bij de burger, kennen de dossiers en spreken de taal van de straat.
Dat klopt deels, maar het verklaart niet alles. De echte motor achter deze verschuiving ligt bij het falen van de landelijke partijen – niet alleen in beleid, maar vooral in geloofwaardigheid.

Het enige wat in de Nederlandse politiek, zowel bij D66 als bij vrijwel alle andere partijen, blijkbaar wél kan, is liegen. Grootschalig, met een stalen gezicht en zonder noemenswaardige consequenties.
Het lijkt een ongeschreven vereiste te zijn geworden om hoge posities te bereiken: bereid zijn om de kiezer in de ogen te kijken terwijl je beloften doet die je van meet af aan niet serieus van plan bent na te komen.

Het D66-plan 'tien nieuwe steden': van concrete belofte tot 'metafoor'

Neem het voorbeeld dat voor velen een persoonlijke dreun was: het D66-plan voor tien nieuwe steden om de woningnood aan te pakken.
Partijleider Rob Jetten presenteerde dit tijdens de campagne als een concrete, ambitieuze oplossing.
Er werden impressies getoond, locaties genoemd – waaronder IJstad, een nieuwe stad op opgespoten land in het Markermeer/IJmeer tussen Amsterdam en Almere, met ruimte voor 60.000 woningen en een geschatte kostprijs van €20 miljard. Complete steden met groene wijken, goede verbindingen, betaalbare woningen – honderdduizenden mensen die eindelijk een thuis zouden vinden. Het klonk groots, urgent en daadkrachtig. Precies wat de kiezer wilde horen in een tijd van acute woningnood.

Nog geen week na de verkiezingen veranderde de toon. Prominente D66-leden, zoals Rogier van Boxtel, noemden het ineens een “metafoor”, een “symbolisch idee” of “denkkader” om vernieuwend denken aan te moedigen. Geen letterlijke belofte, geen uitvoeringsplan. In het coalitieakkoord was er amper nog sprake van. Het plan bleek vooral een campagnetruc om optimisme en daadkracht uit te stralen – terwijl de werkelijke problemen (stikstofregels, netcongestie, miljardenkosten) nooit serieus werden aangepakt.

Dit raakt een zere plek, omdat de woningnood geen abstract probleem is. Nederland kampt met een structureel tekort aan betaalbare woningen, met wachtlijsten die jaren duren en jongeren die vastzitten. De Grondwet legt de overheid in artikel 22 lid 2 expliciet op dat het bevorderen van voldoende woongelegenheid een voorwerp van zorg is. Het is geen vrijblijvend advies, maar een grondwettelijke opdracht: de staat draagt verantwoordelijkheid voor de huisvesting van burgers – niet alleen kwantitatief (aantal woningen), maar ook kwalitatief (veiligheid, gezondheid, comfort). Wanneer een partij dit aangrijpt om stemmen te winnen met grootse plannen die vervolgens als “metafoor” worden afgedaan, voelt dat als pure manipulatie. Gaslighting op nationaal niveau: “Je hebt het verkeerd begrepen, het was nooit letterlijk bedoeld.” Terwijl de kiezer – en vooral de woningzoekende – er wél letterlijk last van heeft.

Dalend vertrouwen: landelijk vs. lokaal

De afgelopen jaren is het vertrouwen systematisch uitgehold. Peilingen tonen aan dat slechts rond de 29 procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in de landelijke politiek, terwijl lokaal vertrouwen vaak dubbel zo hoog ligt. Beloften worden gedaan met grote stelligheid en vervolgens geruisloos losgelaten of omgedefinieerd. Compromissen zijn onvermijdelijk in een coalitieland, maar er is een verschil tussen bijsturen en het ronduit tegenovergestelde doen van wat je hebt beloofd. Kiezers voelen dat feilloos aan – niet altijd in detail, maar wel in intuïtie. Er klopt iets niet.

De nationale politiek richt zich steeds vaker op wat ver weg is: internationale vraagstukken, geopolitieke spanningen, grote abstracte thema’s. Dat zijn belangrijke onderwerpen, maar ze hebben een bijwerking. Hoe verder het onderwerp van het dagelijks leven afstaat, hoe makkelijker het wordt om er een harde, stellige mening over te hebben. Polarisatie gedijt bij afstand. Het kost weinig om scherp te zijn over iets waar je de directe gevolgen niet zelf draagt.

Die dynamiek heeft het debat verscherpt, maar ook uitgehold. Politiek werd vaker een strijd om morele posities dan een zoektocht naar werkbare oplossingen. Het resultaat is vervreemding: het gaat wel over grote kwesties, maar niet over hun straat, hun wijk, hun dagelijks leven.

Nabijheid als antwoord

De lokale partij profiteert daarvan omdat zij niet belast is met die afstand. Zij hoeft geen grote ideologische strijd te voeren over ver weg gelegen thema’s, maar kan zich richten op wat zichtbaar en tastbaar is: wonen, verkeer, veiligheid, voorzieningen. De straatlantaarn die het niet doet weegt zwaarder dan een abstract debat in Den Haag. Dat is geen populisme, dat is nabijheid.

De politieke communicatie van landelijke partijen is steeds abstracter geworden: grote verhalen, brede visies, strategische formuleringen. Het “tien nieuwe steden”-plan was symbolisch voor wat er misgaat: woorden zonder directe consequentie, richting zonder verplichting.

De doodsteek voor vertrouwen is niet één groot schandaal, maar een opeenstapeling van kleine verschuivingen in betekenis. Wanneer woorden niet meer doen wat ze beloven, verliest politiek haar kernfunctie. Dan wordt elke belofte verdacht en elke uitleg een mogelijke uitweg.

Lokale partijen bieden in dat vacuüm iets anders: een directer contract. Hun beloften zijn kleiner, maar daardoor controleerbaar. Hun gezichten zijn herkenbaar, hun beslissingen zichtbaar. Als zij falen, is dat sneller en duidelijker te zien. Dat maakt hen paradoxaal genoeg betrouwbaarder.

Is nabijheid de oplossing?

Is het goed dat we terugkeren naar die schaal, naar die nabijheid? Ja – niet als afwijzing van het grotere geheel, maar als correctie op een politiek die te ver is afgedreven. Nabijheid dwingt tot verantwoordelijkheid. Het maakt scherpe woorden minder vrijblijvend en keuzes minder abstract.

Dat betekent niet dat de opmars van lokale partijen alleen maar goed nieuws is. Versnippering kan besluitvorming bemoeilijken en lokale politiek is niet immuun voor opportunisme. Maar de richting is begrijpelijk en logisch: het is een systeem dat zichzelf corrigeert.

Gedachtenexperiment: kiezersbedrog strafbaar stellen als meineed

Stel dat Nederland besluit om kiezersbedrog expliciet strafbaar te maken, naar analogie van meineed zoals omschreven in artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht. De kern van meineed is opzet: iemand pleegt bewust een valse verklaring onder een plechtige eed. In dit geval zou kiezersbedrog gaan om het bewust misleiden van de kiezer met concrete beloften tijdens een verkiezingscampagne.

Hoe zou dit werken?

Definitie van het delict “Hij/ Zij die tijdens een verkiezingscampagne opzettelijk concrete en controleerbare beloften doet waarvan hij op het moment van uitspreken al wist of redelijkerwijs moest weten dat zij niet, of slechts in zeer beperkte mate, zouden worden nagekomen, met als doel stemmen te winnen, is schuldig aan kiezersbedrog.”

  • Wat valt er wel en niet onder?
    Niet elke niet-nagekomen belofte wordt strafbaar. Optimisme, onvoorziene omstandigheden (zoals een economische crisis of onverwachte stikstofregels) of normale coalitiecompromissen blijven buiten schot. Alleen als er vooraf bewezen opzet is – dus als de politicus of partij al tijdens de campagne wist dat de belofte niet haalbaar was – komt het in aanmerking.
    De belofte moet bovendien concreet en toetsbaar zijn: denk aan getallen, locaties, deadlines of specifieke projecten, niet aan vage visies of “we gaan ons best doen”.

  • Hoe wordt het bewezen?
    Het onderzoek start pas ná de verkiezingen en de formatie, om te voorkomen dat het politieke proces wordt verstoord.
    Een onafhankelijke commissie (bijvoorbeeld onder de Raad van State of een speciale Kiesintegriteitscommissie) voert een vooronderzoek uit.
    Als er voldoende aanwijzingen zijn, volgt een strafrechtelijke procedure met de hoge bewijsstandaard “buiten redelijke twijfel”.

  • Bewijs kan komen uit:

    • interne partijdocumenten, e-mails, WhatsApp-berichten en notulen;

    • getuigenverklaringen van (ex-)medewerkers, speechschrijvers of Kamerleden;

    • een duidelijke kloof tussen de campagneretoriek en latere daden of het coalitieakkoord.

    • ook de presentatie aan het volk moet worden meegenomen (hoe concreet en stellig de belofte werd gebracht).

Welke sancties volgen?

Geen gevangenisstraf – dat gebeurt toch niet genoeg voor mensen die misbruik maken van hun macht.
De sanctie richt zich op politieke aansprakelijkheid: ontzegging van het passief kiesrecht voor een periode van zes tot acht jaar. Wie schuldig wordt bevonden, mag in die tijd geen verkiesbare functie meer bekleden (Kamerlid, wethouder, minister, enzovoort). In ernstige gevallen kan er een boete volgen of een tijdelijke korting op partijsubsidies. Het doel is preventie en herstel van vertrouwen, niet wraak.

Toepassing op het D66-voorbeeld

Neem het plan voor “tien nieuwe steden”. Als uit het bewijs blijkt dat D66 dit bewust als concreet uitvoeringsprogramma heeft gepresenteerd (met impressies, IJstad als voorbeeld en beloften over honderdduizenden woningen) terwijl de partijleiding intern al wist dat het nooit meer dan een metafoor of denkkader zou zijn, dan zouden de betrokken politici zich moeten verantwoorden. De verkiezingen zelf blijven geldig – de sancties zijn individueel of partijgericht. Schuldige personen verliezen hun zetel of worden niet meer verkiesbaar gesteld.
Als dit een metafoor was, had dit voor het sluiten van de stembussen medegedeeld moeten worden.

Voordelen en risico’s

Het grote voordeel is dat politici gedwongen worden tot meer precisie en eerlijkheid. Beloften krijgen weer betekenis en het vertrouwen in de politiek kan langzaam herstellen. Het risico is “rechterlijke politiek”: een rechter die te veel in de politieke arena stapt. Daarom moet de bewijsdrempel bewust hoog blijven, moeten onvoorziene omstandigheden als geldig excuus gelden en moet de vrijheid van meningsuiting zorgvuldig worden beschermd.

Zolang liegen in de politiek vrijwel risicovrij blijft, zullen kiezers blijven vluchten naar lokale partijen die wel tastbaar en controleerbaar zijn.
Hoog tijd dat Den Haag dit signaal serieus neemt: nabijheid wint.
En misschien is het tijd om de democratie te beschermen tegen haar eigen grootste vijand: het systematische schenden van het contract met de kiezer.